Hoofdstuk 2. De geschiedenis.
Al heel lang houden mensen zich bezig met tovenarij (ook wel magie genoemd). Men wilde invloed krijgen op het leven van mensen, dieren en planten. Dat probeerde men te bereiken door allerlei 'magische' handelingen uit te voeren. Men gebruikte daarvoor bijvoorbeeld afbeeldingen, uitgegraven voetafdrukken en kledingsstukken. Daarnaast werden er heksenzalven gemaakt en toverspreuken gebruikt. Men geloofde dat heksen geesten konden oproepen en konden vliegen op bezems of op de ruggen van dieren. Ook was men er van overtuigd dat heksen van gedaante konden veranderen, bijvoorbeeld in wolven of reptielen.
Heksenvervolgingen kwamen al lang geleden voor. Mensen werden beschuldigd van kwaad doen door middel van tovenarij. Dat betekende dat ze door middel van toverkunst andere mensen ziek maakten of zelfs doodden. Ze zouden ook dieren kunnen doden en oogsten doen mislukken. Vaak werden die mensen ook beschuldigd van het feit dat ze een verkeerd idee hadden van het christelijke geloof.
Met tovenarij probeerden mensen de wereld om zich heen te veranderen. De meeste tovenaars wilden dat om een beter leven voor zichzelf en anderen te scheppen. Die 'anderen' waren vaak mensen uit een dorp of stad die een tovenaar (of heks dus) in dienst namen. Ze dachten dat ze door toverkunsten rijk konden worden, of dat ze geluk zouden kunnen krijgen in de liefde.
Om verder alles goed te begrijpen, moet je eerst duidelijk zijn dat, zo'n 500 jaar geleden, rond 1500, iedereen in West-Europa christelijk moest zijn. De paus was de baas van alle christenen. Alles wat hij zei over het geloof was als een wet die iedereen moest gehoorzamen. Als je dat niet deed werd je 'ketter' genoemd. En dat was heel erg. Je mocht dan niet meer met andere mensen omgaan. Je stond niet alleen buiten de kerk, maar ook buiten de maatschappij. Als ketter kon je zomaar gevangen genomen worden. Als je niet toegaf dat je verkeerd had gedaan, werd je levend verbrand.
In de loop der eeuwen veranderde de kerk een aantal keren van gedachte:
In de achtste eeuw stelde de kerk dat iedereen in het bestaan van heksen geloofde een ketter was.
In de vijftiende eeuw gold precies het tegenovergestelde: iedereen die nìet in heksen geloofde was een ketter. Bovendien was ook elke heks automatisch een ketter.
vragen:
| 700 | 800 | 900 | 1000 | 1100 | 1200 | 1300 | 1400 | 1500 | 1600 | 1700 | 1800 | 1900 |
Kleur met verschillende kleuren:
- de achtste eeuw
- de vijftiende eeuw
- de zestiende eeuw