Hoofdstuk 8. De tegenstanders en het einde van de vervolgingen.

Was er dan helemaal geen tegenstand tegen het vervolgen van allerlei weerloze en onschuldige mensen? Natuurlijk wel. Maar in het begin waren de vervolgers zo machtig dat ze iedereen die tegen de heksenvervolging was ook verdacht maakten. Als iemand bijvoorbeeld tijdens een rechtszaak beweerde dat de beschuldigde onschuldig was, dan liep die persoon zelf ook de kans om als heks op de brandstapel te eindigen.

Toch nam het aantal tegenstanders toe. Men vroeg zich af of de heksen werkelijk zo gevaarlijk waren. Als ze zoveel macht van de duivel hadden gekregen, waarom waren ze dan niet rijk en machtig? De gevangen genomen heksen waren bijna altijd arm. Waar mensen bang voor waren, was de heksen zouden kunnen toveren. Maar, zo zeiden de tegenstanders van de vervolgingen, daar zie je in de praktijk dan niets van. Het kwam toch nooit voor dat heksen op een magische manier uit de gevangenis ontsnapten?

Een belangrijk tegenstander was Johannes Wier (1515 - 1588). Hij was geboren in Grave (Noord-Brabant) als zoon van een handelaar. Hij studeerde medicijnen in Frankrijk en kwam als dokter in aanraking met mensen die 'gek' waren. Hij ontdekte dat veel mensen die van hekserij beschuldigd werden geestelijk in de war waren. In zijn verdediging van heksen stelt hij dat het ging om vrouwen die door de duivel in de war werden gebracht. Het grote verschil met de heksenjagers was dus dat hij heksen niet schuldig vond aan 'hekserij', maar dat hij zei dat ze niet verantwoordelijk waren voor hun daden.

De heksenvervolgers ontkenden datgene wat Wier zei. Ze beschuldigden hem ervan dat hij zich door de duivel had laten verleiden om dit op te schrijven.

Toch nam in de loop van de jaren erna de tegenstand tegen de vervolgingen langzaam maar zeker toe. Nederland was het eerste land waar de vervolgingen ophielden.

Later, in de zeventiende eeuw begonnen mensen steeds minder te geloven in zaken als magie. Daarvoor in de plaats kwamen wetenschappelijke verklaringen. Heksen konden niet vliegen, maar smeerden zich in met een soort zalf, waardoor ze droomden dat ze konden vliegen.

Als we naar het verloop van de vervolgingen kijken, dan zien we dat de grootste vervolgingen plaatsvonden tussen 1600 en 1650. Daarna werden ze steeds minder. Na 1700 werd er bijna geen heks meer verbrand. Hoe kwam dat?

Daarvoor zijn er drie verklaringen:

  1. De vervolgingen werden vaak georganiseerd in streken waar de bevolking in opstand dreigde te komen tegen een koning of vorst. Als die eenmaal weer echt de baas was, hielden de vervolgingen op.
  2. Door de ontwikkelingen in de wetenschap werden de mensen minder bijgelovig. Het geloof in heksen als aanhangers van de duivel werd minder.
  3. De godsdienstoorlogen waren afgelopen. Elk land had nu zijn eigen godsdienst. Daar veranderde weinig meer aan.

 

vragen:

  1. Wat kon er met mensen gebeuren die heksen verdedigden?
    1. ze werden betoverd door heksen
    2. ze werden gestraft door de duivel
    3. ze werden omgetoverd in brugklassers
    4. ze werden ook vervolgd als heks
  2. Geloofden de tegenstanders van de vervolgingen dat heksen echt machtig waren?
    1. ja
    2. alleen als ze rijk waren
    3. nee
  3. Konden heksen echt vliegen?
    1. nee
    2. alleen in een vliegtuig
    3. ja
  4. Wanneer waren de grootste vervolgingen?
    1. tussen 1500 en 1550
    2. tussen 1550 en 1600
    3. tussen 1600 en 1650
    4. tussen 1650 en 1700
  5. Wat betekent 'een magische manier om uit de gevangenis te ontsnappen’?
    1. men dacht dat heksen de gevangenis weg konden toveren
    2. men dacht dat heksen zichzelf uit de gevangenis konden wegtoveren
    3. men dacht dat de heksen uit de gevangenis werden bevrijd door tovenaars
  6. Wat is een 'godsdienstoorlog'?
    1. een oorlog om de godsdienst van een land
    2. een speciale godsdienst voor oorlogen
    3. een soort wedstrijd om wie het best kan bidden

Terug naar de inhoudsopgave