Uit: De Amulet

De menigte wacht, dicht opeengedrongen onder een helderblauwe winterlucht, op wat komen gaat. De klokken van de Domkerk beieren.

Op een hoek van het Domplein hebben de rechter en de schepenen* plaatsgenomen in hun houten banken. De inwoners van Würzburg stoten elkaar aan. Mensen rekken hun halzen. Iedereen wacht op de terechtstelling van de heks.

Kleine kinderen heeft ze opgegeten, hun bloed gedronken. Waar ze zich vertoont wordt de melk zuur, mislukt de oogst en worden mens en dier ziek. De bewijzen zijn overstelpend en het lot van de heks is onontkoombaar. Op deze novemberdag van het jaar 1630 is het zover: Würzburg ontdoet zich van die duivelse vrouw door middel van de brandstapel, de enige manier om het kwaad met wortel en tak uit te roeien.

Het plein is afgezet met planken en de wacht staat onverbiddelijk tussen de rechters en het dringende volk. In afwachting van de veroordeelde stampen de wachters met hun laarzen op de keien om hun voeten te warmen.

Het geratel van een kar over het ruwe plaveisel doet een gemurmel door de menigte golven. Opgewonden kijkt iedereen in de richting waar het geluid vandaan komt. Op een krakende kar wordt de veroordeelde het plein opgereden. Een vrouw van middelbare leeftijd is het. Ze hangt wat voorover; bij iedere hobbel krimpt ze ineen van de pijn. De menigte verstomt. Onbeweeglijk, doodstil, kijken de mensen toe hoe de rechter opstaat en het vonnis voorleest. Met een scherpe knak breekt hij de rechtersstaf voor de ogen van de veroordeelde.

De toeschouwers gapen de vrouw aan met onverholen nieuwsgierigheid. Ze zien een wit, afgetobd gezicht dat half schuilgaat achter een bos klitterig haar. Geronnen bloed kleeft aan de slordige haarpieken. Ze heeft brandwonden in haar hals en haar linkerarm hangt slap langs haar lichaam. Wezenloos kijkt de vrouw voor zich uit, alsof alles zich buiten haar voltrekt.

Ruw wordt ze van de kar getrokken en over de keien naar de brandstapel gesleurd. Het koor zet vrome psalmen in.

De vrouw wordt op de stapel takkenbossen gezet en vastgebonden aan een paal. Machteloos hangend in de touwen staart ze naar haar voeten. Op verschillende plaatsen steekt men de takkenbossen aan. De vlammen vreten zich een weg door het kurkdroge hout. Als de eerste vlammentong de vrouw bereikt schiet hij omhoog langs haar in zwavel gedrenkte hemd. Spoedig brandt haar hele onderlichaam; het vuur grijpt om zich heen tot ze brandt als een fakkel.

In een vergeefse poging het geschreeuw van de vrouw te overstemmen zingt het koor steeds harder. Veel mensen slaan de ogen neer, hun lippen prevelen gebeden. Men blijft staan tot er niets dan wat verkoolde resten is achtergebleven.

Langzaam verspreidt de menigte zich. De soldaten breken de houten banken van de rechter en de schepenen af en halen de omheining weg. In het midden van het Domplein blijft een troosteloze hoop verbrande takken achter. Een windvlaag doet de as over het plein stuiven. De heks is dood.

*schepenen= het bestuur van de stad.

(Simone van der Vlugt, De Amulet, Lemniscaat, Rotterdam, 1996, p. 5-6)

vragen:

  1. In welk land ligt de stad Wurzburg denk je?
    1. in Nederland
    2. in Duitsland
    3. in Frankrijk
    4. in Engeland
  2. Welke beschuldiging wordt niet genoemd?
    1. kindermoord
    2. brandstichting
    3. oogsten laten mislukken
    4. ziektes verspreiden
  3. Probeer eens te beschrijven hoe de beschuldigde vrouw eruit ziet.
  4. Wat betekent 'het kwaad met wortel en tak uitroeien'?
    1. Een slechte plant uit de grond trekken
    2. Heksen begraven
    3. Heksen volledig laten verdwijnen
  5. Waarom ziet de vrouw er zo slecht uit ('geronnen bloed', brandwonden en 'haar linkerarm hangt slap langs haar lichaam')?

Terug naar de inhoudsopgave