Een voorbeeld uit de Heksenhamer.
Een herbergierster uit Zabern (in Frankrijk) vertelde haar gasten in de taverne 'De zwarte egel' het volgende verhaal:
Toen ik destijds zwanger was van mijn nu overleden man, drong zich een bepaalde vroedvrouw aan mij op. Omdat zij een slechte naam had, deed ik alsof ik op haar verzoek inging, maar eigenlijk had ik al besloten een andere te nemen. Toen dat bij de bevalling uitkwam, was de afgewezen vroedvrouw erg boos. Een week na de bevalling kwam zij 's nachts mijn kamer binnen en zei dreigend dat zij mij zou straffen omdat ik een andere vroedvrouw had genomen. Zij zou iets in mijn ingewanden stoppen, dat pas na een half jaar pijn zou veroorzaken. Ik was verstijfd van schrik en kon mij niet bewegen. Zij kwam op mij af en raakte mijn buik aan. Het was alsof ze iets in mijn buik stopte, maar ik kon niet zien wat. Toen zij weg was, riep ik mijn man, die in een andere kamer lag te slapen. Maar hij geloofde niets van het verhaal en weet het aan de rare fantasieën die kraamvrouwen zich in hun hoofd halen. Ook mijn zoon - de aartsdiaken* - vertelde ik dit verhaal. Na zes maanden kreeg ik zó'n razende pijn, dat ik het dag en nacht uitschreeuwde, Maar omdat ik de Heilige Maagd, die barmhartige koningin*, altijd erg vereerd heb, vertrouwde ik erop dat zij mij door haar voorspraak zou helpen. Daarom vastte ik iedere zaterdag op water en brood. En jawel, toen ik op een dag mijn behoefte wilde doen, kwamen er doornen, beenderen en zelfs stukjes hout te voorschijn. Ik riep mijn man en mijn zoon en zei: "Zien jullie nu wel? Hebben jullie mij ooit zoiets zien eten? Ik heb jullie wel gezegd, dat na een half jaar de waarheid zou blijken!"
(Uit: Lène Dresen-Coenders, Het verbond van heks en duivel, Ambo, Baarn, 1983, p. 109)
* een aartsdiaken was iemand die in en voor de kerk werkte
* de Heilige Maagd, die barmhartige koningin' zijn bijnamen voor Maria, de moeder van
Jezus.
vragen: